Water weblog

Guido van der Wedden

Delfland onder water? Kies bewust op 9 juni!

9 juni gaat Nederland weer naar de stembus. Alleen VVD, SGP, Christenunie en Partij voor de Dieren hebben zich in hun definitieve verkiezingsprogramma's voor behoud van de waterschappen in de huidige vorm uitgesproken. We kiezen daarmee 9 juni niet alleen de leden van de Tweede Kamer, we kiezen tevens voor onze veiligheid tegen overstromen...


De afgelopen tijd wordt steeds vaker door allerlei overheden en politieke groeperingen geroepen dat de waterschappen beter afgeschaft kunnen worden. Deze discussie is niet nieuw en is vele malen eerder gevoerd. Dijkgraaf Doornbos van onze noorderburen van het hoogheemraadschap van Rijnland waarschuwde in 2006 al voor de desastreuze gevolgen: ”De strijd tegen het water is zó essentieel voor het voortbestaan van de natie, dat je het waterbeheer niet moet overlaten aan de grillen van de politiek. Ik wil niet dramatiseren. Maar als veiligheid afhankelijk wordt gemaakt van het kortetermijndenken in de politiek, dan krijg je rampen. Zoals in New Orleans is gebeurd.”


Ook Kroonprins Willem-Alexander schreef dat jaar in een advies aan minister Peijs (Verkeer en Waterstaat, CDA). „Waterschappen spelen een onmisbare rol bij het realiseren van de waterveiligheid van Nederland. Initiatieven tot vergroting van de efficiency en slagvaardigheid van de samenwerking van de verschillende bij het waterbeheer betrokken bestuurslagen mogen er niet toe leiden dat de inzet, kennis en ervaring van deze (functionele) bestuurslaag onvoldoende gewaarborgd kunnen worden.”


Eind 2009 verscheen in het Nederlands Dagblad een artikel over de cruciale rol die het waterschap in Nederland speelt volgens Cees Veerman, voorzitter van de tweede Deltacommissie.


Ondanks al deze wijze woorden, lijkt er, sinds besparingen moeten worden gezocht in verband met de economische crisis, geleidelijk consensus te bestaan dat de waterschappen beter afgeschaft kunnen worden en hun taken kunnen worden overgenomen door de provincies.


In het NRC Handelsblad van maandag 3 mei 2010 verscheen het artikel " Werkt het goed? Schaf het af - buitenland jaloers op professionele toewijding", waarin mijns inziens de argumenten tegen afschaffen van de waterschappen goed en duidelijk verwoord worden. Dit artikel heb ik hieronder enigszins ingekort overgenomen, met tussen haken wat toevoegingen.


Als iets goed werkt, bestaat in Nederland de neiging het af te schaffen. Dat zijn dom zijn bij de waterschappen, betogen Hans Bressers en Stefan Kuks. Ze hebben zes argumenten om hun stelling te onderbouwen:


1. De huidige inrichting van het openbaar bestuur is niet van gisteren, maar gedurende 150 jaar opgebouwd. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van het waterschapsbestel. Steeds is ervoor gekozen naast het algemeen bestuur (gemeentes, provincies, rijk) een functioneel bestuur te hebben voor water (Waterschappen). Met de grondwetswijziging van 1983 en de Waterschapswet van 1992 heeft de Tweede Kamer het decentraal waterbeheer juist weggehaald bij gemeentes en provincies. Provincies hebben sindsdien meegewerkt aan nieuwe waterschappen op stroomgebiedschaal. Zo hebben Overijssel en Drenthe twee provinciegrensoverschrijdende waterschappen ingesteld. Onderbrengen van de waterschappen bij de provincies is daarom een stap terug in de tijd.


2. Waterschappen onderbrengen bij provincies betekent het onderbrengen van een uitvoerend bestuur bij het middenbestuur. Er ontstaat een pettenprobleem als provincies toezichthouder en uitvoerder tegelijk worden. Bovendien nemen de provincies dan het belastingstelsel van de waterschappen over. Dat brengt hen in de verleiding om belastinginkomsten voor water ook voor taken te gebruiken waar dat geld niet voor bedoeld is. Dat is een groot risico voor een land dat zich in een zo kwetsbare delta wil staande houden.


3. In andere landen neemt het besef toe dat Nederland het goed geregeld heeft. De Amerikanen hadden Katrina, de Engelsen hebben bijna jaarlijks desastreuze overstromingen, de Fransen haddden onlangs rampzalige dijkdoorbraken met dodelijks slachtoffers. Allemaal komen ze naar Nederland om te zien hoe wij dit weten te voorkomen. Zij verdiepen zich in ons waterschapsbestel en zien dat professionaliteit, gegarandeerde financiering en decentrale legitimering de succesfactoren zijn. Zij zien ook een land dat klimaatadaptatie hoog op de agenda zet, maar de instituties die daar het hardst aan werken marginaliseert en snappen daar niets van. Intussen roemt Elinor Ostrom, de Amerikaanse Nobelprijswinnaar voor de Econo... (De Engelsen, waar de waterveiligheid nu centraal geregeld is, zijn, naar Nederlands voorbeeld, nu juist bezig dit bij een decentrale overheid onder te brengen).


4. Het onderbrengen van de waterschappen bij de provincies veronderstelt minder bestuurlijke drukte. Maar omdat de stroomgebieden over provinciegrenzen heen gaan, neemt de bestuurlijke drukte juist toe. In onze Delta kunnen we ons niet veroorloven om de belangen van waterveiligheid niet zo nauw te nemen. Minder bestuurlijke drukte betekent in dit geval meer naïef vertrouwen op doorzettingsmacht ten koste van de gewone burgers en grondeigenaren die aan ruimte voor water moeten meewerken. Minder overleg betekent meer weerstand en dus meer juridische procedures en kostbare onteigeningen.


5. Ondanks de kritiek op de waterschapsverkiezingen is het decentrale waterschapsbestuur niet onvoldoende gelegitimeerd. Legitimatie hangt niet alleen af van de verkiezingsopkomst, maar ook van het gebiedsoverleg dat een waterschap organiseert. De Raad voor het openbaar bestuur stelde onlangs dat de maatschappelijke verbinding steeds minder via partijendemocratie wordt gerealiseerd en steeds meer via andere vormen van burgerbetrokkenheid. Door hun nauwe verbinding met het gebied en de geringe afstand tot belanghebbenden nemen waterschapsbesturen beslissingen die in hoge mate door het gebied worden gedragen. Door waterschappen op te laten gaan in het middenbestuur zal de afstand tot de burger toenemen en de bestuurskracht van het waterbestuur afnemen.


6. De bezuinigingswinst als waterschappen in provincies of landsdelen opgaan is gering. Er wordt alleen bespaard op bestuurskosten, de organisaties blijven bestaan (de taken moeten immers blijven worden uitgevoerd), maar dan onder provinciaal bevel. Dit betekent wel grote overgangskosten. Jarenlang zal veen aandacht naar veranderingen gaan ten koste van het echte werk. Bovendien wordt verondersteld dat de provinciale staten even goed in staat zijn waterschapstarieven scherp te houden. Het CBS laat zien dat over 2006-2008 de belastingstijging bij de waterschappen 3% bedraagt, bij gemeenten 8%, bij het rijk 11% en bij provincies 16%. De provincies noemen een besparingsmogelijkheid van 300 miljoen, maar daarin zijn simpelweg de besparingen meegenomen die de waterschappen zelf al hadden becijferd. Deze besparing is dus niet afhankelijk van opgaan in de provincies. Er zijn daarvan nauwelijks besparingsprikkels te verwachten. Een eigen bestuur bij de waterschappen geeft die prikkels veel meer. Uitgespaarde bestuurskosten (23 miljoen per jaar voor heel Nederland) vallen daarbij in het niet.


Er is alle reden om aan te nemen dat het opheffen van zelfstandige waterschappen de Nederlandse belastingbestaler geen geld gaan opleveren, maar juist heel veel gaan kosten.


Hieraan kan ik nog toevoegen dat de waterschapsverkiezingen in 2008 voor het eerst verkiezingen waren waar de politiek haar intrede deed in het waterschapsbestuur en, op verzoek, bepaalde belangenpartijen aan meededen. Het is niet verstandig na de invoering van een systeem dit direct wéér op de schop te nemen. De (inmiddels demissionaire) staatssecretaris heeft daarom n.a.v. de evaluatie van de waterschapsverkiezingen gezegd dat we in 2012 in elk geval nog een keer op dezelfde manier waterschapsverkiezingen zullen houden. Om nu, nog geen twee jaar na invoeren van dit systeem, alsnog te besluiten deze manier van kiezen van de waterschapsbesturen al weer te verlaten, getuigt niet van bestuurlijke stabiliteit.


Zie ook deze open brief van de landelijk voorzitter van de AWP.


Kies daarom bewust op 9 juni.

Weergaven: 136

Het is niet mogelijk op deze blogpost te reageren

Reactie van Guido op 7 Augustus 2010 op 16.55
Gelukkig komen sommige kamerleden inmiddels tot andere inzichten, zie dit artikel op de weblog van Paulus Jansen van de SP.

Ik citeer de laatste alinea: "Natuurlijk namen bestuurslid Piet Beltman van Aa en Maas en voorzitter Peter Glas van de Unie van Waterschappen de kans te baat om ons te bestoken met argumenten waarom de waterschappen als zelfstandige bestuurslaag moeten blijven bestaan. Op een punt moet ik ze gelijk geven: waterschappen zijn in veel opzichten een stuk praktischer dan de provincies. Misschien moeten we dus toch maar de provincies opheffen als bestuurslaag en hun taken onderbrengen bij de waterschappen?! "

Duidelijk blijkt in elk geval dat als kamerleden te zien krijgen wat een waterschap doet, dit helpt nut en noodzaak ervan in te zien.
Reactie van Guido op 30 September 2010 op 18.26
En zie dit bericht over het concept-regeerakkoord.
Reactie van Guido op 1 Maart 2013 op 14.47

Kort na de watersnood van 1953 schreef dr.ir.V.J.P. de Blocq van Kuffeler in de Ingenieur:

"Onze waterschappen zijn veelal vitale lichamen en hun autonomie, die Napoleon noch Hitler durfden aantasten, is een haast even teer punt als die der gemeenten. De plaatselijke kennis en ervaring der waterschappen is van reële betekenis. Belangstelling voor en medeleven met plaatselijke belangen is nuttig en heden ten dage van democratische betekenis, nu organisaties in steeds groter verband meer en meer buiten de invloedssfeer en de belangstelling van een enkeling vallen".

© 2020   Gemaakt door Guido.   Verzorgd door

Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden