Water weblog

Guido van der Wedden

Muskusrattenbestrijding tegen het licht

Het vangen en doden van muskusratten is een onprettige - maar noodzakelijke - maatregel voor de veiligheid van de regionale boezemkaden: deze diertjes graven namelijk hun hol in dijken, waarmee ze onze veiligheid ondermijnen. Ondanks dat staat het vangen van muskusratten maatschappelijk al geruime tijd ter discussie. Ook de AWP Delfland mengt zich in het debat.


Met de overheveling van de muskusrattenbestrijding van de provincies naar de waterschappen is het immers ook een onderwerp geworden dat het bestuur van Delfland aangaat. Een aantal waterschappen in het Westen van Nederland heeft een traject ingezet waarin een gezamenlijke beheerorganisatie wordt opgezet, die afgelopen week haar plannen presenteerde.

 

Recent is het concept-beleidsplan voor het Muskusrattenbeheer gepresenteerd. In dit plan wordt onderscheid gemaakt tussen “diergerichte maatregelen” (zoals het doden van muskusratten) en “objectgerichte maatregelen” (zoals het beschermen van dijken tegen graafschade). Echter, de ontwikkeling van “objectgerichte maatregelen” staat nog in de kinderschoenen. De AWP Delfland vindt dat het hoogheemraadschap van Delfland deel moet nemen aan landelijke proeven met objectgerichte maatregelen, al is de AWP kritisch naar de mogelijkheden. Guido van der Wedden: "Als we door de dijken tegen muskusratten te beschermen het doden van deze diertjes kunnen voorkomen, dan is dat de overweging waard. Al zie ik niet direct in hoe we de 1400 kilometer watergang in Delfland adequaat en kosteneffectief kunnen beschermen".

 

Muskusrat, alias waterkonijn, met op de achtergrond vallen.

 

"Om te weten hoe groot het probleem nu eigenlijk is, is het eerst belangrijk om te weten over wat voor schade we nu eigenlijk praten", vult zijn collega Hans Middendorp aan. Daarom heeft hij onlangs schriftelijke vragen gesteld aan het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden om deze cijfers boven tafel te krijgen. Er wordt immers jaarlijks een rapportage gemaakt over aantallen vangsten, vangstlocaties en gemaakte uren, waar ook de waargenomen schades in worden opgenomen. Naast de directe schade aan dijken, heeft Middendorp ook inzicht gevraagd in de economische en ecologische schade veroorzaakt door muskusratten in ons gebied, zoals door botbreuk van vee en kantelende landbouwvoertuigen (beide door de gaten in de dijk) en schade aan rietkragen.

 

Verder stelt de AWP Delfland vragen bij het vernietigen van enorme hoeveelheden kadavers van de muskusratten door een destructiebedrijf. Ooit werden de muskusratten in Europa immers juist vanwege hun bont geïntroduceerd. Vanuit oogpunt van duurzaamheid en om elders in het land bij de bontindustrie dierenleed te besparen, zou het gebruik van het muskusrattenbont wellicht moet worden toegestaan. Van der Wedden: "Dit alleen zolang er natuurlijk op wordt toegezien wordt dat er geen belang ontstaat bij veel muskusratten voor het bont, want dat staat haaks op de veiligheidsbelangen".

 

Behalve muskusratten zijn ook andere ‘exoten’ een ware plaag in het watersysteem van Delfland, zoals de Chinese wolhandkrab en de Amerikaanse rivierkreeft. Volgens medewerkers van het Muskusrattenbeheer zitten er momenteel soms honderden rivierkreeftjes in de vallen voor muskusratten, die nu weer worden vrijgelaten. Middendorp: "Door de rivierkreeften niet terug te gooien kunnen de Muskusratenbestrijders een bijdrage leveren aan het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit." Ook naar deze mogelijkheid heeft hij bij het college geïnformeerd.

 

Muskusratten hebben baat bij natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen omdat hier veel voedsel voor deze dieren is. Van der Wedden wil daarom graag weten of bekend is wat het effect is van de aanleg van natuurvriendelijke oevers op de populatie muskusratten en of natuurvriendelijke oevers zodanig ontworpen kunnen worden dat deze muskusratonvriendelijk zijn. Middendorp vult aan: "We moeten natuurlijk niet hebben dat natuurvriendelijke oevers als ‘waterkonijnenpaaiplaats’ gaan fungeren!"

 

Heeft u een muskusrat of graafschade gezien, meldt dat dan hier.

Weergaven: 476

Reactie van Guido op 31 Mei 2012 op 14.19

Inmiddels heeft het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden (D&H) antwoord op onze vragen gegeven. Deze antwoorden vind ik enigszins teleurstellend. In de Verenigde Vergadering van 31 mei 2012 heb ik daarom de volgende opmerkingen geplaatst:

De beslissing om de proef met objectgerichte maatregelen bij het hoogheemraadschap van Rijnland af te wachten, lijkt mij de juiste keuze. Laten wij als waterschappen niet allemaal zelf het wiel uit proberen te vinden, maar van elkaars kennis profiteren. Wel vind ik dat het college aan Rijnland moet vragen of zij, indien die er zijn, voor Delfland specifieke problemen in deze proef kunnen laten meenemen, zodat de resultaten van de proef ook op ons gebied van toepassing zijn.

De AWP heeft gevraagd naar de mogelijkheden om onze rattenvangers, behalve de muskusratten, ook andere exoten te laten bestrijden, zoals de Amerikaanse rivierkreeften. Deze dieren worden nu als bijvangst gevangen en weer vrijgelaten. Ze vormen echter net zo'n bedreiging voor de onderwaternatuur (programma schoon water) als de muskusratten voor onze veiligheid (programma stevige dijken). D&H stelt hier geen voorstander van te zijn omdat er nog weinig specifieke kennis voorhanden is over deze dieren. Ik wil het college verzoeken om er binnen het muskusrattenoverleg op aan te dringen hier op korte termijn enig onderzoek naar te laten doen. Hier is wellicht een mogelijkheid om werk met werk te maken t.b.v. de waterkwaliteit.

Ten derde blijkt uit de beantwoording van het college dat natuurvriendelijke oevers voor extra voedsel voor muskusratten zorgen en dus wel degelijk als 'muskusrattenpaaiplaatsen' fungeren. Dat vindt de AWP Delfland zorgwekkend. Het college stelt dat natuurvriendelijke oevers niet muskusratonvriendelijk kunnen worden ontworpen. Mogelijk kan D&H de natuurvriendelijke oevers bij Rijnland aandragen als een van de objecten voor de proef met objectgerichte maatregelen en blijkt hier wel mogelijkheid een winst te behalen.

Over het hergebruik van het bont blijken het college en ik principieel van mening te verschillen. Uw argumentatie tegen het gebruik van het bont vind ik niet heel sterk. U begint te verwijzen naar de proeven, die echter nog in de kinderschoenen staan en waarvan de effecten nog volstrekt onduidelijk zijn. Vervolgens voert het college aan dat destructie gewenst is vanwege besmettingsgevaar met vossenlintworm en stelt u dat het bont van matige kwaliteit is door ons klimaat. Dit is echter beide niet het geval.

De vossenlintworm komt inderdaad, zij het zeer sporadisch, voor in de ingewanden van muskusratten. Echter, wanneer de ratten direct na de vangst gevild en gelooid worden, en de rest van het kadaver langs de gebruikelijke weg wordt vernietigd, dan heeft het gebruik van bont geen enkele invloed op de verspreiding van deze lintworm. De eventueel besmette delen worden dan immers zoals normaal vernietigd en de huid ter plaatse geprepareerd. De vossenlintworm lijkt eerder een argument tegen de proef met een vangststop...

Tegen het gebruik van bont wordt vaak aangevoerd dat dit de waterschappen imagoschade zou opleveren. Uit de reacties echter, die zijn gekomen n.a.v. het kunstproject twee jaar geleden, waarbij wanten zijn gemaakt van muskusrattenbont, blijkt het publiek juist uiterst positief te reageren op het alsnog duurzaam hergebruiken van het bont in plaats van het vernietigen. Op dit moment staan de bewuste wanten bijvoorbeeld op een expositie in Duitsland, geopend door onze koningin, en komen er louter positieve reacties binnen.
Delfland zou m.i. juist vanuit de duurzaamheidsgedachte die hier omarmd wordt, naar hergebruik van deze reststof moeten streven, net zoals dat geldt voor bijvoorbeeld de terugwinning van fosfaat uit afvalwater.

Ook de kwaliteit van het bont vormt geen probleem. Van het winterbont kunnen prachtige objecten gemaakt worden.

Ik wil het college dan ook verzoeken dit nog eens in overweging te nemen en bijvoorbeeld het gesprek aan te gaan met de betreffende ondernemer om te bekijken binnen welke randvoorwaarden duurzaam hergebruik van bont wél mogelijk is.

De antwoorden komen tijdens de commissievergadering van 12 juni 2012.

Reactie van Guido op 13 Juni 2012 op 17.52

Tijdens de commissievergadering heb ik de volgende antwoorden op mijn vragen gekregen:

 

Rattenvangers ook voor andere exoten inzetten

Hoogheemraad Bom heeft namens het college toegezegd dat het punt om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden om de muskusrattenvangers in te zetten om andere schadelijke exoten te bestrijden wordt ingebracht in het landelijke platformoverleg over muskusratten van de Unie van Waterschappen.

Natuurvriendelijke oevers muskusrattenpaaiplaatsen

Bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers worden muskusrattenbestrijders betrokken. In het ontwerp wordt rekening gehouden met de bestrijding. In natuurvriendelijke oevers worden vaak vallen ingebouwd. Een muskusrat die op het extra voedselaanbod afkomt, wordt daarmee gevangen.

Principiële keuze tegen hergebruik bont

Hoogheemraad Bom heeft aangegeven dat hoezeer zij dit idee ook sympathiek vindt, er in Unieverband door de waterschappen de principiële keuze is gemaakt om niet geassocieerd te willen worden met de bontindustrie en tevens te voorkomen dat de schijn zou kunnen ontstaan dat de waterschappen ervan beschuldigd zouden worden de populatie muskusratten kunstmatig hoog te houden om zo aan het bont te verdienen. Delfland gaat dit eigenstandig niet veranderen. Als een ondernemer een business case heeft waarin de publieke opinie en hoe hiermee om te gaan is meegenomen, dan raadt zij deze aan om zich met de plannen te melden bij de Unie van Waterschappen.

Reactie van Guido op 14 Juni 2012 op 0.09

Zie ook het bericht Delfland worstelt met aanpak muskusrat in Delftse Post.

Reactie van Guido op 25 November 2013 op 18.20

Inmiddels is na enkele keren vragen het rapport over de Amerikaanse rivierkreeft beschikbaar gesteld. De belangrijkste conclusies zijn:

Op veel locaties waar deze kreeften aanwezig zijn kan ook graafgedrag geconstateerd worden. Een belangrijke motivatie voor de kreeften om een hol te graven lijkt bescherming van de eieren en jongen te zijn. Er zijn 2 verschillende typen holen te onderscheiden; oeverholen waarbij een gang vanaf de waterlijn horizontaal de oever in wordt gegraven, soms met zijgangen en ‘schoorstenen’ naar de oppervlakte toe, en landholen waarbij vanaf het maaiveld verticaal naar het grondwater wordt gegraven. Een individuele kreeft kan in ieder geval tot 1,26 liter aarde per dag verplaatsen vanuit veengrond. Het maximale grondverzet per jaar is geschat op 30 tot 50 liter per meter oever. Dit kan in de onderzochte situaties leiden tot een extra baggeraanwas van 18% per meter watergang, en in potentie zou dit op zeer gevoelige locaties zelfs kunnen oplopen tot 80%. Deze grondverplaatsing kan afhankelijk van de situatie ter plaatse leiden tot verzakkingen van oevers. Met name in kort gemaaide gazons is het effect erg groot, mede door de ondiepe worteling van gras, de goede zichtbaarheid van de verzakkingen en holen, en de grote drang om te herstellen bij de eigenaar van de grond. Goed begroeide oevers met dieper wortelende planten, waarbij feitelijk een wapening met plantenwortels plaatsvindt, zijn veel minder gevoelig. Oeverholen kunnen niet worden aangelegd in oevers met een goede beschoeiing. Als de kreeften in de nabijheid van de oever het water wel kunnen verlaten, kunnen er wel landholen worden gegraven. Kreeften kunnen in alle grondsoorten van Delfland gangen graven. Het enige in het onderzoek aangetroffen substraat waar zij niet mee overweg kunnen, is een opvulling van aangedrukte schors.


De auteurs geven tot slot enkele maatregelen om schade beperken en/of voorkomen:

  • Fysiek onmogelijk maken om te graven, bijvoorbeeld met ondoordringbare beschoeiing of begroeiing.
  • Onaantrekkelijk maken als leefgebied, bijvoorbeeld door wegnemen van voedselbronnen of uitzetten predators.
  • Wegnemen van triggers om te graven; dit is nog vrij onbekend terrein wat betreft rivierkreeften, maar er zijn vermoedens dat bijvoorbeeld zomerse peilverlagingen kunnen bijdragen aan het graafgedrag.
  • Beveiligen van de functie van de oever en kade, zoals overdimensionering of bekleding met harde structuren.

Reactie van Guido op 11 Februari 2014 op 19.37
Vandaag in de commissie Waterveiligheid nogmaals gevraagd naar de mogelijkheid om bijvangst van exoten zoals de Amerikaanse rivierkreeft niet terug te gooien, zoals nu gebruikelijk, maar deze te vernietigen. Dat past nu niet binnen de bevoegdheid van de rattenvangers, maar bij het hoogheemraadschap van Rijnland gaat een proef lopen waarbij de kreeften gevangen worden. Wordt dus vervolgd.

Opmerking

Je moet lid zijn van Water weblog om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Water weblog

© 2018   Gemaakt door Guido.   Verzorgd door

Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden