Water weblog

Guido van der Wedden

Fusie waterschapslaboratoria blijkt dure grap

In 2010 besloot Delfland samen met een zestal andere waterschappen een gemeenschappelijk laboratorium op te richten voor monstername van bijvoorbeeld waterkwaliteit: AQUON. In februari 2011 traden nog twee waterschappen toe. De totale kostenbesparing voor Delfland door samen een laboratorium te hebben zou circa 35.000 per jaar bedragen. In plaats daarvan blijkt dit echter 350.000 euro in de min te te zijn.

Het bestuur van Delfland vergaderde op 17 februari 2011 over het gezamenlijke laboratorium: men vond deze besparing maar erg gering, maar hiernaast was de kwaliteit van de monstername een belangrijk doel, zo werd ons verzekerd. De verantwoordelijk hoogheemraad zei hierover destijds in de commissievergadering: "In de standaardonderzoeken kan de markt over het algemeen goedkoper werken, maar als het minder standaard wordt dan is vaak het tegendeel het geval of de markt kan het niet. Omdat een deel van de bemonstering bij waterschappen minder standaard is, is het zoeken naar de juiste vorm. Daarbij is ook kennisontwikkeling om bij te blijven belangrijk."



Eind vorig jaar werd bekend dat AQUON een enorme verliezen maakt en dat dit Delfland in 2013 in plaats van een besparing van 35.000 euro, een verlies van 350.000 euro oplevert. Vanavond kwam de voorzitter van AQUON en de ingehuurde verandermanager daarom in de commissie Waterkwaliteit tekst en uitleg geven. De financiële voordelen van het gemeenschappelijke laboratorium zijn destijds veel te rooskleurig neergezet: van het rapport van Berenschot hierover klopt niets. De kosten van de fusie zijn zwaar onderschat. De komende twee jaar zal AQUON volgens de verandermanager nog bezig zijn om orde op zaken te stellen en het is nog maar de vraag of de voorgestelde jaarlijkse besparing van 35.000 euro überhaupt ooit gehaald gaat worden.

Namens de AWP Delfland vroeg ik hoe het dan met de kwaliteit van AQUON zit. Financieel voordeel was immers niet de enige reden om toe te treden. Ook dit valt tegen: AQUON presteert niet beter dan commerciële laboratoria. Wel begrijpt AQUON de taal van de waterschappen beter.

Conclusie van de AWP is dat het bestuur van Delfland destijds niet goed is voorgelicht over de consequenties van toetreding tot AQUON: het financiële voordeel is niet gehaald en ook de betere kwaliteit blijkt niet van toepassing. Delfland kan echter niet zomaar uittreden, we zitten er aan vast tot 2017 en ook dan zijn hier hoge kosten mee gemoeid. Het enige dat Delfand nu kan doen is de schade verder zo veel mogelijk beperken. De AWP Delfland zal dit dossier daarom op de voet blijven volgen en er steeds op blijven aandringen de kosten te reduceren om zo dicht mogelijk bij de ooit beloofde besparing uit te komen.

Weergaven: 390

Reactie van Guido op 20 Juni 2013 op 15.44

In de VV vandaag betoogde de AWP dat Delfland per direct de onderhandelingen moet starten om uit AQUON te treden. AQUON zou volgens de business case goedkoper zijn dan ons vorige laboratorium en zou een betere kwaliteit gaan leveren. Beide punten blijken niet bewaarheid. Als AQUON zich niet aan zijn deel van de business case houdt, waarom zou Delfland er dan wel aan gehouden zijn tot 2017 te moeten blijven deelnemen. Tot die deelname was immers op basis van andere uitgangspunten besloten. De AWP kreeg hier de handen echter niet voor op elkaar.

Een motie van de coalitiepartijen om nu alvast te besluiten per 2017 AQUON te verlaten ging de AWP niet ver genoeg en is daarom niet door ons gesteund.

Opmerking

Je moet lid zijn van Water weblog om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Water weblog

© 2020   Gemaakt door Guido.   Verzorgd door

Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden